Aan het woord: Carola Stoutjesdijk, zorgcoördinator

15 juni 2021

Gesprek met Carola  Stoutjesdijk, zorgcoördinator

 

Alles aan iedereen durven vragen

 

Wat een teamsamenwerking hier; het onvoorwaardelijk ergens voor gaan van vrijwilligers. Zonder hun inzet, zou ’t Huis Lioba echt niet kunnen bestaan. Ik bewonder zo hoe ze werken, vind het mooi om de medemenselijkheid hier te zien, elke dag weer. En dat is ook precies mijn drijfveer dat ik al zo lang in de zorg werk. Het dienstbaar zijn aan de ander. Dat betekent voor mij ook dat ik dienstbaar ben aan mezelf. Alleen dan voelt het leven voor mij compleet.

Ik ken het werk rond terminale zorg vanaf dat ik 20 jaar geleden op de longafdeling van een ziekenhuis werkte. Daar was toen geen aparte ruimte voor terminale patiënten. Dat vond ik naar. Ik heb me, geïnspireerd door de opkomst van hospices in Engeland, vanaf die tijd aan dit thema verbonden. Als initiatiefnemer, als vrijwilliger, als verpleegkundige aan het bed en nu als coördinator in de palliatieve zorg. Steeds vanuit mijn natuurlijke houding van nieuwsgierigheid. Hoe gaan mensen om met hun sterfelijkheid? Welke zingevingsvragen komen dan op? Wat is er in zo’n proces nodig en wat juist niet? Hoe sta ik ten opzichte van mijn eigen sterfelijkheid?

Deze en andere vragen stellen hoort tot mijn dagelijkse werk hier. Zowel bij de gasten, hun mantelzorgers en bij de vrijwilligers. Voor de gasten begint dat al bij de intake. Bij mevrouw M. bijvoorbeeld. Door haar de juiste vragen te stellen,  was ze snel op haar gemak en kon ze veilig en uitgebreid haar verhaal kwijt en daarmee haar kwetsbaarheid laten zien. Dat gaf een band voor haar  hele verblijf hier in ons huis.

Als buitenstaander is het soms makkelijker om toegang te krijgen tot gevoelens die er zijn over wat er allemaal nog komt in een ziekteproces. Dat de gast dan ervaart: deze gevoelens mogen er zijn, hier kan ik ze uiten. Ook dan blijft vragen stellen de grootste kracht. Nog moeilijker dan een gepaste vraag stellen, is na een vraag je mond dicht weten te houden. Erop vertrouwen dat de ruimte en de stilte ervoor zorgt dat er iets komt. Daar blijf ik mezelf steeds op trainen. De aandacht die ik voor de gasten heb, heb ik ook voor de mantelzorgers. Ook zij zitten in een vaak onbekende situatie. Vragen stellen en een luisterend oor zijn, is dan wat ik doe. Desgevraagd geef ik mantelzorgers adviezen.  Als vrijwilligers bij mij komen over hoe ze iets zouden kunnen aanpakken met een gast, stel ik, nadat we tot een mogelijke oplossing zijn gekomen altijd de vraag : hoe zie je jouw rol in de oplossing en wat zie je voor mij als rol in dit geheel?

Nieuwsgierigheid naar hoe het leven in elkaar zit heb ik al vanaf mijn kindertijd. Nieuwsgierig naar hoe mensen tegen dingen aankijken en dan mijn eigen mening bijstellen. Boeken zijn mijn leerschool. Romans, beschouwende boeken; ik lees van alles. Het helpt mij om vanuit verschillende perspectieven naar het leven te blijven kijken.

Ik houd ook erg van visionair denken. Hoe er een ordening zou kunnen komen in het woud van zorgmogelijkheden bijvoorbeeld. Dat kan echt beter, is vaak een stemmetje in mijn hoofd. In mijn ideaalbeeld gun ik degene die in de palliatieve fase van het leven terecht komt in één keer het overzicht over welke opties er zijn om een waardevolle tijd tegemoet te gaan. Er is veel mogelijk, maar je moet de weg weten. Op zich is de bekendheid van ’t Huis Lioba in de regio de laatste tijd toegenomen. Het zit hem dan ook niet altijd in de bekendheid van een zorginstelling. Het gaat er ook om dat je je als mens durft over te geven aan het feit dat je niet meer in staat bent alles zelf te doen. Dat hulp vragen echt mag!