Aan het woord: Linda Houtkooper, slaapwacht/weekendkracht

Gastvrouw met verpleegkundige skills

 

Met twee dementerende ouders vroeg ik me af hoe ik een maand op reis zou kunnen gaan en de zorg voor mijn ouders veilig kon overdragen. Een medewerker van Geriant deed het idee aan de hand om bij ‘tHuis lioba te gaan praten. De intake was zo warm, dat voelde meteen goed. Mijn ouders hebben die maand als een vakantie ervaren en ik durfde met een gerust hart naar Japan te gaan. Vóór die reis had ik mijn baan opgezegd. Ik werkte 30 jaar op de verloskamers, was niet blij met de veranderingen die zich daar voordeden en wilde even rustig bekijken wat ik verder wilde in mijn professionele leven. Dat rustig aan doen duurde trouwens niet lang. Bij thuiskomst uit Japan zag ik in de Uitkijkpost een advertentie staan voor slaapwacht in ’tHuis Lioba. Ik dacht: die advertentie hebben ze voor mij opgesteld. Bijzonder om daar eerst als dochter en straks misschien  als verpleegkundige te kunnen zijn. Het gebeurde.

Op 1 januari 2020 ben ik begonnen. Als één van de eerste slaapwachten. Voor die tijd deden vrijwilligers ook de nachtdiensten, maar velen vonden dat toch een te grote verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Ik heb een aanstelling tussen de vier en twaalf uur per week en meestal wordt het het laatste. Mijn werk bestaat uit het signaleren van mogelijk fysieke problemen in de nacht. Het leukste vind ik het stukje ervoor: de avonddienst. Dan maak je echt contact met de gasten. Een gesprek, een spelletje, samen TV kijken op hun kamer. En dat is fijn voor de nacht want dan weten zij wat ze aan me hebben en dan weet ik wat er speelt. Om ook avonddiensten te gaan doen heb ik zelf verzonnen, dat doe ik als vrijwilliger. Het werd me snel duidelijk dat voor mij alleen slaapwacht zijn, niet voldoende is. Dan is het vooral een baan. Nu is het een manier van leven.

De late avond, de overgang naar de nacht vind ik het meest bijzonder. Daar ontstaan gesprekken alsof je bij iemand op de rand van het bed zit. Niet alleen mooie gesprekken, soms is het ook schrijnend, de dingen die me toevertrouwd worden. Zo herinner ik me een gesprek waar iemand vertelde zich heel erg eenzaam te voelen. Ik realiseer me dan dat ziek zijn sociaal eenzaam kan maken, terwijl je juist zou denken dat ziekte een familie dichter bij elkaar brengt. Partners kunnen uit elkaar groeien, elkaars taal niet meer verstaan. Dat raakt me allemaal enorm.

Ik haal veel voldoening uit de zorg die ik hier kan leveren. Als ik aan anderen over mijn werk vertel zeg ik dat ik in ‘tHuis Lioba een gastvrouw ben met verpleegkundige skills. Ik ondersteun bij lichamelijke verzorging en heb mijn ogen en oren steeds open om aan te voelen waar extra zorg nodig is. Wat valt er te doen aan pijnklachten, is iemand valgevaarlijk? Heeft iemand behoefte aan mentale ondersteuning? De totale zorg: de psyche, het sociale en het somatische deel; dat is waarom dit werk zo bij me past.

Ook in de weekenden heb ik soms dienst; er zijn dan geen zorgcoördinatoren. Eigenlijk ben ik dus slaapwacht/weekendkracht. In de weekenden vind ik het fijn om samen op te werken met vrijwilligers. Alles wat we doen om het huis hier vrolijk, gezellig en schoon te houden, geeft me voldoening. Ik zie dat werk als een soort hotelwaardig maken van het huis. Dat vind ik het extraatje dat je  geeft in vergelijking met het werk in een ziekenhuis.

Laatst durfde ik bij een gast de knoop door te hakken om met haar oncologisch verpleegkundige in het ziekenhuis te overleggen. Ik dacht: volgens mij is het verstandig om haar naar het ziekenhuis te laten gaan ; ze gaat zo snel achteruit. Toen ik het met de gast besprak, was ze blij dat ik dat dit initiatief ging nemen. Achteraf bedacht ik, ja, dit is weer even werken op adrenaline, dat deed ik in de verloskamers altijd. Ik kan het nog, ik kan er op blijven vertrouwen. Het klinisch redeneren verleer ik dus niet snel. En ik heb alle stappen goed doorlopen. Een tevreden gevoel al met al.

Als je me naar de kern vraagt waarom ik zo enthousiast ben over mijn werk hier, dan is het de warmte en zorgzaamheid voor de gasten waar we met elkaar vorm aan geven. En dat we steeds blijven denken en bespreken welke dingen nog beter kunnen.