Aan het woord mw Ellie Nieuwenhuizen, gast van ‘tHuis Lioba

Het leven is niet vanzelfsprekend

Toen mij in het ziekenhuis werd voorgesteld dat ik verder kon aansterken in ‘tHuis Lioba, zei dat me niets, had er nog nooit van gehoord. Ik wist dat ik niet veel keus had; in mijn eentje thuis zou ik het echt niet redden.

De eerste paar dagen zijn in een roes aan mij voorbij gegaan. Ik was wel meteen erg blij met de goede zorg die ik kreeg en dat iedereen zo aardig was. Nu ik hier een aantal weken ben, kan ik steeds beter onder woorden brengen waarom ik het hier zo prettig vind. Alleen al als je aankomt: de buitendeur, de gebouwen, de poortjes, de tuin. Alles ademt rust en geborgenheid uit. En als ik door de gang van ‘tHuis Lioba loop, geniet ik steeds van die oude muren met hun geschiedenis, de uitnodigende eetkeuken en van de kamer waar ik vanuit mijn stoel de vogels zie en hoor.

Alles mag en niets moet. Zo kan ik het leven in ‘tHuis Lioba het beste omschrijven. Je bepaalt je eigen tempo en de professionals en vrijwilligers voelen feilloos aan waar je behoefte liggen. Ik vind dat zo bijzonder, hoe verschillende de mensen ook zijn die hier werken, ze hebben allemaal een zelfde soort ‘roeping’ om er echt helemaal voor de gasten te zijn. Ik heb hier al met veel interessante medegasten aan tafel gezeten; mensen die voorheen niet in mijn belevingswereld zaten. In het begin dacht ik, ik blijf gewoon op mijn kamer, dat hoor ik ook van andere gasten, maar dat duurde niet lang. Ik voel vooral dat ik hier ben opgenomen in het geheel, ik sta er niet buiten. De keuken is een echte ontmoetingsplek. Als je jezelf openstelt, stelt de ander zich ook vaak open en zo ontstaan er spontane en soms emotionele gesprekken.

Wat ik mezelf vooral realiseer door de rust die ik hier vind, is dat niet alles vanzelfsprekend goed blijft gaan in mijn leven. Toen ik nog niet ziek was en midden in het leven stond, kwam ik niet op zulke gedachten. Hoe jammer het ook is, toch kan ik met dat gegeven goed leven. Het hele concept van ‘tHuis Lioba helpt me daarbij.

Uit gesprek met Ellie nieuwenhuizen, opgeschreven door Marjan van Roozendaal