Aan het woord: Wenny Bos, zorgcoördinator

Gesprek met Wenny Bos, zorgcoördinator

 

Hier vallen puzzelstukjes op hun plek

Inschatten wat er voor een gast nodig is en kijken wat er nog meer mogelijk is. Dat is het werk dat ik als zorgcoördinator graag doe. Dat begint al bij het huisbezoek dat we afleggen als er een vraag komt of iemand hier terecht kan. De diversiteit is zo groot. We zijn er voor mensen in de palliatieve levensfase; hoe wil iemand die fase het liefste vormgeven? We zijn er ook voor gasten die na een operatie komen om verder te herstellen en voor andere zorgvragen. Een omgeving bieden waar de gast op een liefdevolle manier kan bijtanken en waar mantelzorgers hun naasten met een gerust hart aan toevertrouwen. Daar zetten we met z’n allen op in.

Ik houd van regelen en ik vind het mooi om verbinding met en tussen mensen te bewerkstelligen. Het is ook wel heel uniek hier, de omgeving, het contact van de gasten met vrijwilligers en met de medegasten. Het lijkt wel een soort vacuüm; een stilteplek. In andere werkomgevingen maakte ik het niet op deze manier mee. Ik zie dat gasten hier hun leven langs lopen in hun gedachten. Soms vinden ze wat ze nog niet eerder vonden en sommigen lukt het ook om oud zeer los te laten. Om daar middenin te staan en van alles te zien gebeuren, dat vind ik zó mooi en bijzonder. Laatst heb ik van dichtbij meegemaakt dat iemand de rust en de durf vond om uit te spreken dat ze het leven toch echt los moest gaan laten. Dat ik dan een waardevolle gesprekspartner kan zijn, doet me goed. Ik weet ook wanneer ik de gast aanraad om met iemand anders in gesprek te gaan. Zo is Broeder Marc, van het Lioba Klooster, altijd bereid om bij een gast langs te gaan. Ook op Maria Luyckx, consulent spirituele zorg van het Hospice Alkmaar, kunnen we hier rekenen. Diepgaande gesprekken kan het verblijf voor een gast verrijken. Die gesprekken en ook andere verrijkende mogelijkheden aanbieden, vind ik waardevol. Soms lukt het ook niet; dat dit toch niet de juiste plek voor iemand blijkt te zijn, dat er iets anders nodig is. Dan doet mijn zorghart wel even erg veel pijn. Toch hoort dat er ook bij.

In managementtaal wordt voor het beroep dat ik uitoefen gevraagd om een helikopterview te hebben. En eigenlijk heb ik dat ook wel. Ik zit alleen niet vooral hoog in de helikopter om alles te bekijken. Ik vlieg zeker hoog maar vaak ook heel laag. Ik hang touwladders uit en soms maak ik een duikvlucht. Ha ha, eigenlijk wel grappig om mijn werk zo te omschrijven. En dat brengt me op een andere kwaliteit die fijn is om  te hebben als je dit werk  doet. Humor. Als ik over mijn werk vertel, is de reactie vaak: in de omgeving waar jij werkt is de sfeer toch alleen maar verdrietig? Nou, dan moet je maar eens langskomen, zeg ik dan. Humor maakt de situatie waar gasten zich in bevinden luchtiger, draaglijker ook. Door een gepaste grap te maken over dat je ziet dat iemand iets probeert wat echt niet lukt, maak je het voor die persoon vaak makkelijker om hulp te vragen. Ook gasten onderling hebben vaak veel lol samen. En wat ik ook zo bijzonder vind: gasten ontdekken binnen de kortste keren levenspaden die elkaar kruisen of gekruist hebben. Door de woonplaats, het beroep, hobby’s of kennissen waar het tijdens het eten, of een wandeling over gaat. Ook vrijwilligers en gasten zien elkaars raakvlakken heel makkelijk en gaan daar dan gretig op in.

Het kleinschalige van ’t Huis Lioba verbindt. De gasten hoeven zich niet te verbinden, het màg. De plek waar men elkaar graag treft is de eetkeuken. Ik zou het eigenlijk wel mooi vinden als we nog ergens een ruimte kunnen creëren waar gasten met een boek of puzzel of zomaar in een luie stoel of op een lekkere bank kunnen gaan zitten. Dat zou toch heerlijk zijn?

Dan kom ik nog op het laatste. Voor zowel gasten, vrijwilligers, slaapwachten, de facilitair medewerkster en de zorgcoördinatoren roept de plek en de manier van zorg op dat mensen hier mogen zijn wie ze zijn, zich open durven stellen en dat ze heel bewust bezig zijn met waar het in het leven om gaat.